|
Een nieuwe medewerker informatievoorziening bij een grote Nederlandse bank is lid van een EROSR (zo noemen we in deze serie columns een 'erkende religieuze organisatie met slechte reputatie').
De Chef wil in eerste instantie liever op afstand van deze man blijven. Maar hoe meer hij over het EROSR-lid te weten komt, hoe meer sympathie hij voor hem voelt. Ook groeit zijn interesse in de methode van zelfontwikkeling die de nieuwe medewerker toepast. Deze is ontwikkeld door de leider van de EROSR, een psycholoog in het verleiden. De Chef is flexibel genoeg om zijn oorspronkelijke denkbeelden over de organisatie, haar leider en zijn leer te herzien. Deze eigenschap heb ik ook bij de Romein vastgesteld en flexibele beeldvorming over een ander geloof genoemd. Naast de drie andere kenmerken is dit voor mij een belangrijk aspect van religieuze flexibiliteit.
 De Chef weet dat de Psycholoog met zijn methode de wereld meent te verbeteren. Hij heeft echter nu nog maar weinig volgelingen. Om de wereld toch te verbeteren, gebruiken de sekteleider en zijn kliek verwerpelijke maar moeilijk bestrijdbare middelen, zoals indoctrinatie en hersenspoeling. Dat weet de Chef ook.
Maar, begint de Chef te denken, dat zijn allemaal verhalen. Er zijn geen harde bewijzen voor het gebruik van dwang, manipulatie en bedrog in deze EROSR. Neem onze man – hij heeft geen poging gedaan om zijn collega’s over te halen lid te worden van zijn sekte. Het is een integere persoon, eerlijk en hartelijk. Over de Scientology Kerk gaan ook allerlei verhalen, maar Tom Cruise is toch een normale leuke kerel. Net als onze nieuwe medewerker. Wat is er mis met de methode van de Psycholoog, als je naar onze man kijkt?! Hij is juist het levende bewijs dat de methode werkt. De jongen staat veel sterker in zijn schoenen dan vele anderen, dan ikzelf, denkt de Chef. Op een dag vraagt hij de EROSR-man hem over de Psycholoog en zijn methode te vertellen. Einde verhaal.
Ik ben zelf een paar keer op straat door ‘missionarissen’ van de Scientology Kerk aangesproken en meer dan eens had ik Jehovagetuigen aan mijn deur. In beide gevallen wilden deze mensen niets liever dan hun verhaal vertellen. Het is de wervingstechniek waarmee deze twee en ook andere niet zo geliefde religieuze organisaties werken. Het gebeurde een keer dat ik een Dianetic-deskundige en een Jehovagetuige met hun verhaal liet beginnen. In beide gevallen had ik daar spijt van: de mannen waren niet te stoppen. Ze waren ook 'slechthorend': wat ik ook tegen hun betoog inbracht, ze verstonden me gewoon niet. Of beter gezegd: zij legden elk tegenargument uit als onbegrip van hun verhalen. Zij kenden de Waarheid en de tegenstanders kenden die (nog) niet. Als je je weerstand niet zou opgeven, zouden ze niets met je kunnen bereiken. En als je wel overstag gaat? Daarover zijn duizend verhalen. Zij verschillen, afhankelijk van het perspectief van de verteller. Het verhaal over de Christen en de Romein is een christelijke parabel. Een Romeinse verteller uit dat tijdperk zou de gebeurtenissen anders vertolken. Waarschijnlijk zou het een verhaal worden over een onverstandige Romein die een twijfelachtige bediende aannam en vervolgens door hem in een gevaarlijke sekte werd gelokt.
De verschuiving van het standpunt komt ook in de moderne versie van de parabel naar voren. We hebben de situatie bekeken vanuit het perspectief van de Chef, de plaatsvervanger van de Romein. Zowel zijn eigen religieuze flexibiliteit als die van de EROSR-man worden op dezelfde manier aangesproken als in het verhaal over de Romein en de Christen. Net als in het oude verhaal hebben de Chef en EROSR-man de proeven doorstaan. Zo komt de moderne versie van het verhaal tot hetzelfde einde. Laat deze ons ook achter met hetzelfde gevoel? Ik vertelde enkele kennissen van mij de twee varianten van het verhaal. Elke keer kreeg ik een lach aan het eind van de oorspronkelijke parabel en een verwarring in de blikken als de moderne versie met dezelfde slotvraag eindigde. Wat stoorde mijn luisteraars? Ik hoorde twee dingen die me vermeldenswaard lijken. In eerste instantie is het de dubbele agenda van de beide hoofdpersonen die niet lekker voelt. De Romein was eerlijk terwijl onze goede Chef met manoeuvres bezig was. Ook de EROSR-man had een dubbele agenda, maar dat is minder relevant en zo kun je ook over de Christen denken. Trucs van 'bazen' roepen over het algemeen meer weerstand op dan van hun ondergeschikten. Hier speelt echter ook nog iets anders een rol. Het heeft betrekking op de consequenties van het wettelijke verbod grenzen te stellen in de omgang met andersgelovingen in onze samenleving. Dat is overigens een andere thema, waarmee we nu niet bezig zijn. Het tweede struikelpunt bleek de slotvraag. Die ene vraag waarmee het verhaal over de Chef en EROSR-man eindigt, net als de oorspronkelijke parabel. De vraag klinkt anders in de moderne versie van het verhaal. Zeker als je het gevoel krijgt dat het ook de laatste vraag van de Chef blijft.
De Chef denkt dat zijn nieuwe medewerker integer is. Maar daar zijn wij niet zo zeker van. Moet hij de EROSR-man dan niets vragen? Iedereen stelt toch vragen als hij meer wil weten of als hij zijn ideeën als niet kloppend ervaart? Dat is toch juist flexibel, nietwaar? Juist hier zit voor mij de clou. Flexibiliteit veronderstelt bewegelijkheid. Als een vraag ergens ontstaat, blijft hij dan niet daar waar hij opgekomen is? Die ene vraag van de Chef aan de EROSR-man klopt niet als afsluiting van het tafereel dat religieuze flexibiliteit moet illustreren. In feite geldt dat ook voor de oorspronkelijke parabel, maar dat merk je niet zodra je aan de kant van de Christen staat. Het is alleen maar goed dat we ons in de tweede versie naar een ander perspectief moesten verplaatsen, zo'n bevinding zou ik niet willen missen. Ik zou graag hebben dat het verhaal in alle versies een toevoeging krijgt in de trant van: '...en de vragen blijven komen.' Ik bewonder de grafische exactheid van het vraagteken en het uitroepteken. In alle talen zet men een rechte lijn met punt als men iets met de zekerheid verkondigt. En men tekent een gebogen krulletje als men deze zekerheid niet heeft en/of meer wil weten. ‘Buigzaam’ is een ander woord voor 'flexibel'. Flexibiliteit drukt zich uit in een blijvend buigende beweging naar diverse kanten en niet in één keer buigen en gebogen blijven. Ik ben niet vergeten dat het verhaal over de Romein en de Christen eigenlijk ergens anders over gaat, namelijk over daden die meer zeggen dan woorden. Een mooie stelling. Maar het sluit niet uit dat er toch eens een vraag komt. De situatie van de Chef en de EROSR-man brengt me op de gedachte dat als je begint te vragen, je daarmee niet snel moet stoppen. Misschien moet je er helemaal niet mee stoppen. Als vragen steeds komen, als ze altijd blijven komen, is alles flexibel: de gesprekpartners, het gesprek zelf en de waarneming van de wederzijdse overtuigingen. Het zou onlogisch zijn als ik met deze conclusie mijn eigen onderzoek naar religieuze flexibiliteit zou afsluiten. Ik blijf er vragen over stellen, ten minste aan mezelf. |