| Dogma's en paradigma's |
Spirituele grensgangers willen met de christelijke dogma's niets te maken hebben (en daarmee zijn ze lang niet de enigen in dit derde millennium).
Ze richten zich in de regel dan ook niet op een traditie in haar geheel maar naar de belangrijkste inzichten daarin; het paradigma. Ik zie er niets tegen om op zo’n manier ook naar het christendom te kijken. Dus niet als naar een godsdienst maar als naar een spirituele levensbeschouwing die de Europese cultuur sterk beïnvloed heeft. Vanuit deze optiek heeft iedereen uit deze cultuur iets van het christendom in eigen bewustzijn én in het onbewuste. Dit 'iets’ kan men heel divers ervaren: als wortel, als bagage, als snaar, als ballast etc RuimKijkend naar de evangelische overlevering als paradigma, zag ik dat haar denkkader bijzonder ruim was. Deze ontdekking was voor mij belangrijk: als een bron dát heeft, heeft die vaak ook andere karakteristieken die een spirituele grensganger in het algemeen zoekt. Het denkkader van het oorspronkelijke christendom was zelfs zo ruim dat zijn geschiedenis een kroniek van formaatwijzingen is geworden. Ik zou zelfs willen zeggen dat het oorspronkelijke christendom meer bij de psychologie van de moderne, religieus geëmancipeerde en sterk geïndividualiseerde mensen past dan bij die van onze christelijke voorouders, die nog ingebouwd leefden in hun cultuur en milieu. Ze kennen niets of weinig meer dan de strakke kaders van godsdienst en verwelkomden de interpretaties van het christelijke paradigma die hen geborgen lieten voelen. Een begrijpelijke ontwikkeling, maar dat gezegd hebbende, zou een spirituele grensganger van nu zich rechtstreeks tot de evangeliën kunnen richten, en niet naar hun dogmatische interpretaties. Dat hoeft echter niet de afwijzing van het latere christendom te betekenen. In relatie ermee zou een spirituele grensganger gewoon zichzelf trouw kunnen blijven: ook voor deze erfenis open staan, met eigen ogen de verhalen en opvattingen waarnemen, kiezen wat hem of haar persoonlijk aanspreekt en de rest in zijn waarde laten. In de christelijke geschiedenis is het al eens gezegd: onderzoekt alles en behoudt het goede (1 Thessalon. 5:21). Dit is in feite een pleidooi voor eigenzinnigheid: een eigenschap die de eigen vrijheid helpt te behouden maar ook veel risico voor vergissingen en misstappen draagt. Jezus uit Nazareth zelf, hoe je hem dan ook ziet, was juist bijzonder eigenzinnig in het omgaan met de tradities; eigenlijk was hij een spirituele grensganger pur sang. Vertrouwd ![]() De hele evangelische zienswijze kwam op mij over als een uitdrukking van het verlangen naar geestelijke vrijheid. Met het godsbeeld van het vroegere christendom had ik geen moeite. De god is Vader, maar aangezien men vaders divers kan ervaren, is daarmee niet veel gezegd. Wel op zo'n manier aangeduid dat je met god een diep innerlijk contact hebt. Je kan hem binnen in jezelf ontmoeten: ...het Koninkrijk Gods is binnen in u (Lucas 17:21). Je kan met hem in directe contact leven: ga in uw binnenkamer, sluit de deur en bid dan tot uw Vader, die in het verborgene is ...( Matth. 6:6) Voor een spirituele grensganger is dat een vertrouwd uitgangspunt. Wat een onbevooroordeelde lezer in de evangeliën aantreft, is in moderne begrippen geen religie (in de betekenis van gestructureerde godsdienst) maar spiritualiteit. Niets is omlijnd of geordend. Omgezet in het moderne taalgebruik, komt de christelijke visie op de mens, God en het leven neer op een aantal opvattingen waarin elke grensganger zich mijns inziens kan vinden, zoals: God is de kracht die jou én anderen bezielt: jouw én hun hemelse vader; Je zou God niet vrezen en Hem uit vrees of voor een gunst geen offers brengen, maar je zou Hem als je vader liefhebben: als de vader van je ziel; Echte liefde is compleet: het is liefde met hart, verstand en ziel; De liefde voor God en naastenliefde zijn twee zijden van dezelfde medaille; Verwacht van de buitenwereld geen echt geluk maar uitdagingen en beproevingen; Wees blij dat je leeft onafhankelijk van wat je hebt; Materieel bezit blokkeert als je er aan vast zit; Geef, geef weg, vergeef, sta open en deel als je vrij wil worden; Let op wat je waarden zijn: daar is je hart; Naastenliefde breekt egobeperkingen door; Ethiek is de voorkamer van de mystiek; Wees volmaakt zodat de wereld ook ooit volmaakt kan worden; De dood is geen einde van de wording. Bewustzijnsverandering Een letterkundige inhoudsanalyse begint met het bepalen van het hoofdthema van het verhaal. Als ik op deze manier naar de evangelische overlevering zou kijken, en daarbij alles zou vergeten wat ik er eerder over las, zou ik als haar hoofdthema 'radicale bewustzijnsverandering’ noemen. Dat klinkt waarschijnlijk te modern, maar ik kan het niet anders zeggen. Niet de wonderen van Jezus, zelfs niet zijn dramatische leven maar een eigenaardige strategie van de innerlijke revolutie maakt het christendom bijzonder voor iemand die nu leeft en ook andere tradities kent. Revolutie is hier een juist woord omdat het over machtswisseling gaat; de ziel neemt de macht over van het ego. Zo’n machtswisseling zou tot stand komen door een actieve beoefening van naastenliefde die in het oorspronkelijke christendom boven elke religieuze handeling geplaatst werd. Een karakteristieke evangelische spreuk: Wanneer gij dan uw gave naar het altaar brengt en het u daar tebinnenschiet dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave daar liggen voor het altaar, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan uw gave brengen. Oppervlakkig gezien lijkt dit op idealistische liefheid. Maar in de context van de evangeliën heeft naastenliefde een diepe spirituele betekenis. Deze onderscheidt zich van het mededogen dat andere tradities belangrijk vinden. Vanuit de evangelische opvattingen staat naastenliefde gelijk aan liefde voor God omdat de tweede onwerkelijk is zonder de eerste. De samenhang van de twee liefdesgeboden - dat over de liefde voor God en dat over de liefde voor de naaste - is duidelijk uitgedrukt. Zonder de spirituele wortel zou naastenliefde kitsch zijn. Zonder een bewuste permanente beoefening zou deze een luchtkasteel worden. Loskomen ![]() Vrijheid, net als liefde, hoort in alle tradities bij de hoofdwaarden van het leven. Een ander woord voor bevrijding is verlossing, en dat is een van de belangrijkste begrippen in het christendom. In de christelijke dogmatiek is 'verlossing' direct verbonden met 'zonden'. Maar de niet-dogmatische lezer vindt in de christelijke oerbron deze eenduidigheid niet (later trof ik dezelfde conclusie, en dan nog theologisch onderbouwd, in het boek van C. J. den Heyer Van Jezus naar christendom). In de evangeliën zijn er diverse dingen benoemd waarvan de mens los moet komen als hij de spirituele dimensie van het leven wilt ervaren. Zoals het dictaat van geleerden, dode wetten, bezit, familie, zorgen, en inderdaad ook zonden - onder andere. Bijzonder in het christendom is dat beide waarden, zowel de liefde als de vrijheid, op dezelfde wijze in het leven zouden moeten groeien, namelijk door je eigen handelingen die op geven neerkomen: weggeven, schenken, afstaan, delen, vergeven... Dat is het tegenovergestelde van handelen vanuit egobelangen. Zonder het ego als ego te benoemen - zo'n begrip bestond toen nog niet eens - doelt het oorspronkelijke christendom juist op dit deel van de persoonlijkheid als een ingebouwde belemmering voor vrijheid en liefdesbeleving, en daarmee ook voor de geestelijke groei. Het verband tussen de overschrijding van egogrenzen en de verkenning van de spirituele dimensie die de christelijke overlevering sterk benadrukt, vraagt om verdere uitwerking. Alles staat of valt met de kwaliteit van deze uitwerking. We hebben al gezien wat er gebeurt als men te werk gaat met begrippen als duivel, zonde, zondeval, boetedoening, hel. We moeten zien hoe ver we kunnen komen met het moderne taalgebruik, hedendaagse psychologische inzichten en met de - onze tijd eigen - relativering van de traditieverbonden opvattingen. De dogmatische verlossingsleer gaat ervan vanuit dat zelfverlossing niet mogelijk is. Zo'n indruk heb je niet als je verhalen van de evangelisten leest: er staan daar een heleboel praktische aanwijzingen over wat je moet doen om God - of de spirituele dimensie in het algemeen - te ervaren en het goddelijke in zichzelf te verkennen en bekrachtigen. Naastenliefde is hier het belangrijkste gereedschap. Die kan je ook als een spirituele praktijk zien.
|
