Home Fragment Vrijgelaten woorden op het Vissersstrand
Vrijgelaten woorden op het Vissersstrand

“We voeren toch alleen maar gesprekken”, mompelde Jacob.
 “Er gebeurt toch helemaal niets...” voegde Ivan toe.

En toch gebeurde er veel. Op het Vissersstrand klonk de Stem. Daar vlogen de vrijgelaten woorden door de lucht. Wat hebben ze niet uitgehaald nadat ze de opgedroogde semantiek van zich hadden afgeschud en zich hadden losgerukt van verstarde uitdrukkingen. Botsend tegen de denkbeeldige constructies, die men als de verbanden tussen de verschijnselen zag, werden de woorden ratten, slangen, houtwormen. Ze knaagden aan de barrières, beten ze door, losten ze op in het gif. Hoe groter de vrijheid van de woorden is, hoe groter het overzicht van de ruimte. Onwankelbare waarheden wankelden; het zelfbewustzijn van iedereen die sprak en kon horen, stroomde over zijn grenzen en niemand wilde meer iets vastleggen. We zaten op de grond; voor onze ogen brandde het vuur, naast ons stroomde de rivier; onze gezichten werden verfrist door de wind. En ik hoorde in de gesprekken op het Vissersstrand de echo van andere gesprekken onder de hemel. Gesprekken die tweeduizend jaar geleden ooit, bij een meer, bij een berg, in een tuin, geklonken hadden. En net als toen bracht het vrije denken, nadat de woorden uitgekabbeld waren, de gelijkmoedige vreugde van religie. Het was een straatarme religie zonder voorschriften, regels en rituelen; een religie die noch ruggengraat, noch een omhulsel had en die, ongemerkt, werd in- en uitgeademd zoals de lucht.
 
Banner