Leo Tolstoj: "Ik kan niet ontkennen ...

 

Egoïsme
Hoe anders was zijn opvatting over het allerbelangrijkste in het christendom dan in vergelijking met de kerkleer? In zijn traktaat «Wat is mijn geloof?» geeft Tolstoj een puntscherp antwoord op deze vraag:
“… de kerkleer ontkende niet dat wat ik als het allerbelangrijkste in de leer van Christus zag; de kerkleer erkende dat ook als het allerbelangrijkste maar erkende het zo dat het allerbelangrijkste in de leer van Christus in de praktijk niet op de eerste plaats kwam.”
Hij bedoelde er in feite hetzelfde mee als wat we tegenwoordig paradigmaverschuiving noemen. Toen de kerkleer en een ceremoniale godsdienst vóór het liefdesgebod kwamen te staan, verloor men het allerbelangrijkste in het christendom uit zicht. Velen begonnen daardoor aan de waarde van religie te twijfelen .
De ontkenning van een spirituele dimensie in het leven maakt mensen kortzichtig, vond hij. Het beperkt hun bewustzijn tot het besef van eigen belangen. Het versterkt hun egoïsme dat henzelf en de samenleving in de spiraal van de destructie brengt. Tolstoj zag dan ook de machteloosheid van het traditionele geloof tegen het egoïstisch gedrag van mensen. Het een en het ander gaan zelfs goed samen.
Wat niet samen gaat, is egoïsme en liefde in de evangelische betekenis. Ook liefde en geweld kunnen niet samen. Hartstocht kan samengaan met geweld, maar liefde niét. Het is een hersenschim dat je voor je eigen geluk of een betere wereld moet strijden. Je bereikt meer als je een medemens zonder oordeel en belang je liefde geeft. Dat was volgens Leo Tolstoj de kernboodschap van de wijze joodse landloper uit de eerste eeuw van het tijdperk dat zijn naam draagt. Men houdt zich zo veel bezig met de vraag wie hij was, god of mens, terwijl het volkomen onbelangrijk is. Wat wel belangrijk is, is zijn inzicht in de betekenis van de liefde.