|
Postchristelijk In zijn tijd werd Leo Tolstoj gezien als een scherpzinnige rebel die in zijn krachtmeting met de gevestigde orde binnen religie, cultuur en samenleving vaak aan de winnende kant was. Wat hij vooral won, waren de harten van zijn tijdgenoten. Zo kreeg hij eens een wanhopige brief van een Franse student die niet wist wat hij met zijn leven moest. ‘U bent de enige van wie ik het echte antwoord kan verwachten omdat u als enige de vragen publiekelijk gesteld had waarmee ik nu opgezadeld ben.’, schreef hij Leo Tolstoj en ontving van hem een antwoord van 28 pagina’s, in het Frans. De empathie en openheid van Tolstoj maakten op de toekomstige Nobelprijswinnaar voor de literatuur Romain Rolland (want dat was hij) even diepe ondruk als de antwoorden op zijn vragen. Hij voelde zich betrokken bij alle mensen in nood en gaf steun aan degenen die hem om hulp of wijze raad vroegen. Zijn twijfel in de richting van de Europees cultuur, had wijde resonantie zowel in Rusland als erbuiten. Vele andere opvallende figuren in de culturele scene van de eerste helft van de 20e eeuw vonden in de inzichten van Leo Tolstoj inspiratie, denkstof of nieuwe impulsen voor hun eigen werk, waaronder Mohandas (Mahatma) Gandhi, Thomas Mann, Guy de Maupassant, Stefan Zweig, Anatole France en George Bernard Shaw. Het was voor Leo Tolstoj vanzelfsprekend zijn eigen woorden na te leven. In zijn dagboeken en brieven vertelde hij veel over zichzelf, ook over de verkenning van zijn grenzen en mislukte pogingen ze te overschrijden. Dat maakte hij vaak mee, in het bijzonder in de conflicten met zijn vrouw die zijn levensvisie niet deelde. Zijn relatie met haar laat zien hoe ver hij zelf met naastenliefde kon komen. Vrij ver, zou je zeggen, als je meer erover weet dan de film The last station vertelt. Met de jaren werd hij milder. In zijn latere geschriften komt er een subtieler taalgebruik in zijn beweringen, minder moralisme in zijn toon en meer empathie voor sceptici. Hij bleef het geweld in alle vormen tot het eind van zijn leven afwijzen, maar leerde sociale rebellen met een ander kijk op vormen van verzet zonder oordeel aan te spreken. Dat deed hij bijvoorbeeld in zijn essay Heil van de liefde, geschreven twee jaar vóór zijn dood. “Laat degenen die zich voor een betere wereld bekommeren een honderdste van hun inzet en offers aan de groei van de liefde voor de medemens in zichzelf en anderen besteden! Doe je dat, dan zal je de resultaten daarvan zien, niet in een onbepaalde toekomst, zoals sociale hervormingenconcepten beloven, maar meteen. Eigen daden van liefde zullen niet alleen aan jullie zelf een enorme vreugde geven maar ook anderen aansteken”.
Hij zag de noodzaak van een eigentijdse vorm van het christendom vóór Dietrich Bonhoeffer, pleitte voor bewustzijnsontwikkeling ver vóór de New Age en wijdde zich aan een postchristelijke zoektocht in zijn christelijke tijd. Meer dan iets anders geloofde hij in de kracht van naastenliefde. Hij hoefde niet een nieuwe profeet en helemaal niet een oprichter van een nieuwe kerk te worden. In Heil van de liefde stelt hij voor: “Lieve vrienden, ik vraag jullie niet mij te geloven. Beproef zelf wat het je doet als je in elke situatie vanuit de liefde voor de medemens handelt. Probeer het tenminste een dag te doen, in die omstandigheden waarin die dag je brengt, en zie wat er gebeurt”.
|