Home Leo Tolstoj: "Ik kan niet ontkennen Leo Tolstoj - Bevindingen
Leo Tolstoj: "Ik kan niet ontkennen ...

 

Bevindingen
Hij vernam van de kerk dat de dogma’s verband hielden met het Evangelie, maar vanuit het onafhankelijk standpunt dat hij innam was dat verband niet te vinden. De dogma’s bleken geen uitbouw van de oorspronkelijke boodschap te zijn, maar een bouwwerk apart.
Hij vond het niet nodig om diplomatieke taal te gebruiken toen hij over zijn bevindingen begon te schrijven. Hij spaarde noch de kerk, noch de gevoelens van de gelovigen toen hij de kerkleer en de daaruit voortgekomen godsdienst een zak modder noemde waarin de parels van de evangelische wijsheid verborgen lagen. Dit oordeel leidde tot zijn excommunicatie, waar hij natuurlijk niet kapot van was.
Tot zijn genoegen merkte hij dat de modder en de parels niet vergroeid waren en gescheiden konden worden. Hij bracht zijn Grieks op peil en leerde het Aramees om uiteenzettingen van de evangelisten in hun oorspronkelijke betekenis te kunnen herstellen. Dat vond hij belangrijker dat romans schrijven.
Zo ontstond zijn grote werk in vier delen: het verhaal over zijn innerlijke crisis en spirituele zoektocht die we onder de titel Mijn biecht kennen; zijn analyse van de dogmatische theologie, de nieuwe vertaling van de vier evangeliën alsmede hun samenvoeging tot een geheel, en de ondogmatische vertolking van de authentieke christelijke leer alleen gebaseerd op de woorden van Jezus zelf. Later maakte hij nog een samenvatting van zijn onderzoek van de evangelische tekst, die in het Nederlands werd uitgebracht onder de titel Mijn kleine evangelie.
Je zou denken dat dit zo simpel is dat je er geen woorden aan vuil hoeft te maken. Maar hoe vreemd het ook moge klinken, tot op heden heeft niemand ooit geprobeerd om de leer van Christus te scheiden van enerzijds de kunstmatige door niets gerechtvaardigde relatie met het Oude Testament en anderzijds van de willekeurige toevoegingen die uit de naam van de Heilige Geest zijn gemaakt en nog steeds gemaakt worden’, schreef Tolstoj in het voorwoord van dit boek.