| Nieuwe omgang met oude teksten |
|
De moderne samenleving is in wetenschappelijke publicaties getypeerd als ‘postseculier’. Een seculiere samenleving ziet het christendom als gedateerde bagage. De postseculiere reactie erop is niet meer zo absoluut. De teneur van deze opvatting is: christelijke spiritualiteit kan toch van betekenis zijn voor mensen van nu, met hun individualistische trekken en behoefte aan zelfstandige spirituele zoektochten. In wetenschappelijke taal heet dat ‘revaluatie’. Toen ik zelf zo begon te denken, kwam bij mij al gauw de vraag: en wat dan verder? Waar gaan we naar toe met zulke revaluatie van het christelijke erfgoed? Naar een nieuw soort kerk? Naar een tegenpool van de EO? Naar een nieuwe vorm van vrijzinnigheid? Maar nog belangrijker was voor mij de vraag: wat ga ik ermee doen? Ik had inmiddels bij mij een ‘christelijk sentiment’ bemerkt, wat moet ik ermee? Of beter gezegd: wat kan ik ermee? Ja-ja, ‘individualistische trekken en behoefte aan een zelfstandige spirituele zoektocht’, zo ben ik ook. En dan nog een spirituele zoektocht buiten het eigen cultureel gebied, zoals bij velen tegenwoordig. Er zijn al veel boeken geschreven over de postseculiere benadering van de christelijke spiritualiteit. Ook boeken met praktische aanwijzingen voor geestelijke groei met christelijke ‘tools’ zoals die in gebruik waren in kloosters of bij bekende mystici uit het verleden. Maar ik kon daar niet vinden wat ik nodig had. Terwijl de ene groep auteurs over de revaluatie van de christelijke traditie filosofeerden, zaten anderen al te diep daarin. Ik had slechts mijn ‘christelijke sentiment’ dat in de lucht hing. Dit sentiment voelde onverbonden met dat wat ik las of zelf dacht over het christendom. Op een bepaald moment besefte ik dat ik juist de verbinding miste, mijn eigen persoonlijke verbinding met de essentie van de christelijke spiritualiteit die - of ik dat nou wil of niet - deel van mijn culturele bagage uitmaakt. En die verbinding zou ik zelf moeten maken. Vanuit deze gedachtegang ontstonden mijn evangelische rapsodieën. Over het 'hoe' en 'waarom' heb ik inmiddels een boekje geschreven met als titel Mosterdzaadje voor iedereen dat nog niet gepubliceerd is. Hieronder staat het begin van het verhaal waarin ik over de persoonlijke achtergrond van dit experiment vertel.
Mattheus Ik had al veel keren de Mattheus Passion beluisterd voordat ik het Mattheus Evangelie voor het eerst open sloeg. Het woord 'evangelie' maakte toen nog geen deel uit van mijn persoonlijke lexicon. Mattheus was voor mij een auteur en wat hij verteld had was een verhaal. Een verhaal met een boodschap, zoals ik hoorde. Die boodschap zou me blij maken. Toen ik het eerste evangelie van het Nieuwe Testament begon te lezen, voelde ik van alles, behalve blijdschap. Als een brave studente filologie aan de universiteit van Moskou las ik ondanks groeiende tegenzin het Mattheusverhaal toch uit. Ik schreef een scriptie over een bekende Russische apocrief en kennismaking met de canonieke bron vond ik een must. Hoewel het van mijn professor niet hoefde; het land was nog communistisch en bijbelstudie was uit het boze. In de boekhandel trof je in die tijd geen religieuze literatuur. Slechts speciale wetenschappelijke bibliotheken bevatten de 'heilige boeken'. Mijn eerste ontmoeting met Mattheus was op de manuscriptenafdeling van de grote Lenin Bibliotheek. Naast woordenboeken en encyclopedieën stond daar het Nieuwe Testament op een plank, een uitgave uit de tsarentijd. Verboden boeken zijn bijzonder aantrekkelijk. Helaas verdween voor mij de aantrekkingskracht van het Mattheusverhaal al op de eerste bladzijden. Ik verlangde in die tijd naar kleuren, spel en avontuur, ik wilde veel weten en van het leven genieten en ik vond het absurd armen van geest gelukzalig te verklaren. Eigenlijk vond ik het hele verhaal absurd, en bovendien armoedig en saai.
Interessant Het verhaal van Mattheus werd voor mij pas interessant na mijn lange ontdekkingsreis door de wereldspiritualiteit. Vanuit ervaring met andere tradities ben ik het evangelie anders gaan waarderen en ben ik mijn aanvankelijke scepsis kwijt geraakt. Wat ik eerst armoedig vond ervoer ik nu als eenvoudig en kernachtig. Noemde ik het Mattheusverhaal eerst 'saai', nu zou ik zeggen 'bescheiden'. Ook zijn 'leegte' zou ik in andere termen omschrijven: het is een weergave van essentiële oriëntatiepunten in het leven, zonder franje. Al deze eigenschappen begon ik zeer te waarderen, na zoveel verhalen beluisterd en gelezen te hebben. Je moet een reden hebben om een 'armoedig verhaal' weer op te pakken. Die had ik. Het viel me op dat ik in het algemeen meer sympathie voelde voor mensen die waardering hadden voor het grote verhaal van hun voorouders dan voor degenen die daar niets over wisten. Mijn favoriete schrijvers waren goed geworteld in de eigen cultuur, hoewel ze tegelijkertijd culturele begrenzingen konden overstijgen. Ik zag ze als grensgangers met een warm gevoel voor het 'ouderlijk huis'. Op een zeker moment vroeg ik me af: 'En ik?!' Ondanks mijn teleurstelling in Mattheus, had ik altijd een kriebelend gevoel bij oude iconen en kruizen. ‘Christelijke sentiment’, noemde ik dat. Hoewel de oosterse mystiek me meer fascineerde dan het christendom, had ik weinig gevoel bij het yin-yang teken, de dansende Siva of andere symbolen uit het oosten. Ik wilde mijn 'christelijke sentiment' beter begrijpen. Het was tijd om het Mattheusverhaal te herlezen.
Rapsodieën De tweede ontmoeting met Mattheus was bij mij thuis enkele jaren geleden. Zijn verhaal was me al bekend. Dat ik geen verwachtingen had, was alleen maar goed. Het viel dit keer reuze mee wat armoede betreft. Goudzand ziet er bij de eerste aanblik ook gewoontjes uit - hoewel dat geen excuus had kunnen zijn voor de nieuwsgierige studente filologie. Hoe komt toch dat ik de goudkorrels in het Mattheusverhaal bij de eerste lezing niet gezien had? En hoe komt het dat ze zo weinig waarde hebben voor mijn vrienden uit christelijke nesten die het evangelie sinds hun kindertijd kennen? Het waren overigens retorische vragen. Er zijn zoveel factoren die de waarneming van teksten beïnvloeden. Die waarneming is altijd getekend door de persoonlijke behoeftes van het moment en het referentiekader van de lezer. Mijn tweede lezing van Mattheus was bedoeld als een onderzoek. Ik wilde zien wat in zijn verhaal me zou aanspreken en nam een potlood in hand om in de kantlijn kruisjes te zetten. Toen kwam het idee de gesignaleerde stukjes bij elkaar te brengen. Dat was niet moeilijk met gebruik van bijbeltekst online. Zo kwam ik aan mijn eigen evangelische bloemlezing. Zo'n reeks stukjes die je geraakt hebben, heeft een andere waarde dan een verzameling van mooie citaten door iemand anders. Het was sowieso de moeite waard deze collectie te maken. Het waren veertig tot vijftig spreuken over uiteenlopende dingen. Ik voelde me thuis tussen hun beelden en symbolen maar het leek op een huis waar de meubels op willekeurige plaatsen stonden. Ik begon de spreuken in mijn verzameling te verschuiven en ze op diverse wijze te rangschikken: naar een thema, gevoel, boodschap en dergelijk. Zulke vrije, creatieve samenstellingen van literaire fragmenten waren populair in de tijd van de rapsoden, hellenistische rondtrekkende volkszangers. Vandaar de naam rapsodie. Deze naam begon ik later te gebruiken als ik anderen over mijn experimenten met de evangelische teksten vertelde.
Taal Ik kan niet zeggen dat ik bij Mattheus, en later in andere evangeliën, helemaal nieuwe inzichten ben tegengekomen. Er gebeurde iets anders: ik trof daar universele inzichten die me uit de wereldspiritualiteit al bekend waren, maar dan in de christelijke taal. Die taal was voor mij van betekenis. Elk kind eigent zich, naast de moedertaal, symbolen en beelden uit de religieuze traditie van zijn ouders of voorouders toe. Dat gebeurt ook in de seculiere samenleving, maar dan als een onbewuste opname van dit cultureel materiaal via de literatuur, oude kunst en nog een heleboel andere kanalen. Dat verklaart dan ook de 'religieuze sentimenten' die de postseculiere samenleving kenmerken. Ik wilde mijn eigen sentiment met zijn bron verbinden en dat gebeurde vanzelf toen ik Mattheus met een potlood in de hand weer ging lezen. Een actief persoonlijk contact met de basis van de christelijke traditie heeft me verder gebracht dan de boeken van deskundigen en de discussies over de toekomst van het christendom. Het idee van een rapsodie bleek uitnodigend voor doorlopende improvisaties. Je kan de stukjes heen en weer schuiven, het geheel korter maken of daaraan iets toevoegen. Dat werkt verfrissend. En, natuurlijk, kan je steeds nieuwe rapsodieën maken, met een bepaalde doel of zelfs als een 'stemvork' van de dag. Ik heb inmiddels aan mijn basisselectie uit Mattheus stukjes uit andere evangeliën toegevoegd, onder meer uit dat van Thomas. De aanvullingen hebben dit experiment in een breder kader gezet. Het kader kan eigenlijk zo breed zijn als je wilt. Het lijkt op een spelletje maar veel is afhankelijk van de doelstelling.
Verder Het werd een experiment dat ook anderen aansprak. In het bijzonder spirituele grensgangers die hun christelijke wortel slechts als een formeel gegeven zagen en dat jammer vonden. Ik werd eens gevraagd of ik van plan was samen met anderen evangelische rapsodieën te maken. Zo’n plan had ik niet maar ik wilde dat wel een keer doen. Zo begon ik met workshops Maak je eigen evangelische rapsodie. In een groep kan je over de bevindingen van anderen horen en ook over de jouwe vertellen. Het maakt je gezichtsveld breder en je blik scherper maar niet alleen dat. Soms kan er spontaan iets bijzonders in je eigen verhaal opkomen, iets wat je verwondert. Dat kan je ook meemaken als je naar de ervaringen van anderen luistert. Er staat bij Thomas een merkwaardige uitspraak over de waarde van verwondering:
Laat hij die zoekt niet ophouden te zoeken totdat hij vindt. En als hij vindt, zal hij verward zijn en als hij verward is, zal hij zich verwonderen. En als hij zich verwonderd heeft, zal hij overal boven staan en tot rust komen.
Een van mijn rapsodieënVrede sluiten in dit ene huis
Evangelische rapsodie ● Mijn vrede geef ik u. ● Komt gij een huis binnen, zegt eerst: Vrede over dit huis! Woont daar een man des vredes, dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan keert die tot u terug. ● Wanneer er twee vrede sluiten in dit ene huis, dan zullen ze tot de berg zeggen: ‘Verplaats u', en hij zal zich verplaatsen. ● Leert begrijpen wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil ik en geen offer. ● Zalig de reinen van hart; want zij zullen God zien.
(Uit Mattheus, Lukas en Thomas)
|