Home Nuchtere mystiek Boeddha doden
Boeddha doden

'Als je de Boeddha ontmoet op je pad, dood hem dan', - zei de zenmeester Rinzai eens..

Met andere woorden, pas op met beelden, in het bijzonder met heilige beelden. Welk beeld je ook krijgt, het blijft jouw verbeelding. Het menselijke bewustzijn is geen gladde en heldere spiegel.
In spiritualiteit, en in het bijzonder in mystiek, hebben we veel met beelden te maken. Symbolische beelden, universele beelden, collectieve beelden, persoonlijke beelden, heilige beelden, inspirerende beelden, rare beelden,  denkbeelden et cetera. Ieder heeft een eigen beeldenfabriek en beeldendepot. Ik vind het altijd moeilijk als ik mensen over 'juiste' en 'niet juiste' beelden hoor praten. Dat is voor mij even gek als dromen juist of onjuist noemen. Ik denk dat het in mystiek om herkenning gaat. Je beleeft iets. Het gevoel is sterk, opwindend, extatisch. Je ziet iets wat anderen niet zien, of je hoort - jij alleen - een geluid, muziek of een stem. Je vertelt een ander erover en die ander herkent iets in je verhaal, of juist niet. Meer zit er naar alle waarschijnlijkheid niet, tenzij het het geloof veronderstelt. Dat is mijn belangrijkste conclusie na vele ontmoetingen met spiritueel bewogen mannen en vrouwen, en naar aanleiding van mijn eigen mystieke ervaringen.
Wat geloof betreft, is dit onbeperkt. Men kan in alles geloven, met alle voordelen daarvan en problemen ermee. Nuchtere mystiek gaat voor mij tot de ‘herkenningsstrook’. Het kijkt naar het veld van geloofsovertuigingen, maar stapt daar niet binnen om eigen plekje te zoeken.
Wat moet je als nuchter mens met een enthousiast verhaal over een entiteit die de wereld van de ondergang wilt redden? Een verhaal waarin je niet gelooft? Als men zegt ‘het is’ en niet ‘het lijkt’ of ‘het voelt’? Met andere woorden, als het nodige beeldenbesef bij de verteller ontbreekt? Vroeger luisterde ik zoals velen met begripvolle knikjes naar alles wat de ander me vertelde. Ik spaarde zijn of haar gevoelens. Spiritueel bewogen mensen kraken elkaar niet af. Tot ik me op een zeker moment afvroeg: welke gevoelens spaar ik precies? Ik begon persoonlijke vragen te stellen aan mensen die me benaderden met 'boodschappen uit de spirituele wereld'. Naast de ontroering die bij de aanraking van het ongrijpbare en numineuze bij iedereen ontstaat, proefde ik bij mijn gesprekpartners de behoefte om te benoemen en te verklaren. Ik wilde weten waarom hij of zij het ongrijpbare wilde grijpen, maar het stellen van deze vraag leverde weinig op. Dit vereist namelijk een grondig zelfonderzoek van channelaars en mediums. Ik heb nog niemand ontmoet die zo’n zelfonderzoek gedaan had. Alle channelaars die ik sprak hadden na het horen van een ‘wijze stem’ onmiddellijk de functie van intermediair op zich genomen. Ik begon te denken dat dit de regel was.
Ook merkte ik dat ik de ontroering van een mystieke ervaring niet hoefde te sparen: die is sterker welke twijfel ook. Wat de rest betreft, zoals een boodschap die je als luisteraar al kent, een bronvermelding die je nooit kunt nagaan, details die onwerkelijk voelen… Waarom zouden we in de spiritualiteit niet gewoon eerlijk tegen elkaar zijn? Ook tegen degenen die boodschappen uit de spirituele wereld brengen? Is het een te koude douche voor zo iemand als je met twijfels komt? Maar zegt dat niet dat de boodschap niet van hem of haar is?