Waarom?

In de tijd zonder kaarten oriënteerden reizigers zich op de sterren. Zo deed ik ook op mijn spirituele zoektocht.

Mijn 'sterren’ waren inzichten die ik in de vedanta, het boeddhisme en het soefisme had gevonden. Als velen tegenwoordig, ben ik een grensganger. De scheidslijnen tussen tradities en culturen voelen voor spirituele grensgangers als formeel.
Vanuit het besef van de eenheid van religies, kan elke traditie waardevolle inzichten geven. Ook het christendom. Maar wat christelijke bronnen betreft, gebeurt er iets merkwaardigs: een heleboel spirituele grensgangers met christelijke wortels omzeilen deze. Nog sterker, ze zoeken in de regel overal naar spirituele inzichten behalve binnen het christendom. Sommigen hebben een gefrustreerde relatie met de eigen kerk gehad, anderen voelen geen interesse voor de christelijke erfenis. Ik zelf hoorde tot de tweede groep. Pas nu weet ik dat mijn desinteresse in het christendom in feite een desinteresse in mijn beeld van christendom is geweest.
Wat maakt het allemaal uit, zou je denken, als de hele wereldspiritualiteit voor je open ligt? Dat klinkt logisch, maar er klopt toch iets niet in de afwijzing van de eigen wortels. Net als iets niet klopt als men zegt: ik hoef mijn ouders niet, omdat ik betere mensen ken. Ik heb de bijbel voor het eerst opengeslagen toen ik twintig was. Pas tegen mijn vijftigste was ik bereid dit boek voor de tweede keer in handen te nemen.

Absurd verhaal
Ik ben geboren en getogen in Rusland toen het land nog communistisch was. Bijbelstudie was daar in die tijd uit den boze maar als studente filologie aan de universiteit van Moskou las ik toch een keertje het Mattheusevangelie op de manuscriptenafdeling van de grote Lenin Bibliotheek. Naast woordenboeken en encyclopedieën stond daar het Nieuwe Testament op een plank, een uitgave uit de tsarentijd.
Verboden boeken zijn bijzonder aantrekkelijk. Helaas, de verwachting van iets exclusiefs kan niet voor iedereen waargemaakt worden. De aantrekkingskracht van het Mattheusverhaal verdween voor mij al op de eerste bladzijden. Ik verlangde in die tijd naar kleuren, spel en avontuur, ik wilde veel weten en van het leven genieten en ik vond het absurd armen van geest gelukzalig te verklaren. Eigenlijk vond ik het hele verhaal absurd, en bovendien armoedig en saai.
Je moet een reden hebben om een 'armoedig verhaal' weer op te pakken. Ik had er meer dan één. Onder andere deze: het viel me op dat ik in het algemeen meer sympathie voelde voor mensen die waardering hadden voor het grote verhaal van hun voorouders dan voor degenen die daar niets over wisten of niets wilden weten. Mijn favoriete schrijvers waren goed geworteld in de eigen cultuur, hoewel ze tegelijkertijd culturele begrenzingen konden overstijgen. Ik zag ze als grensgangers met een warm gevoel voor het 'ouderlijk huis'. Op een zeker moment vroeg ik me af: 'En ik?!'


Nomaden

Ik beschouwde mezelf als een geestelijke nomade, en nomaden hebben geen ouderlijk huis. Maar wat voor vaste bewoners het vaderland is, kan voor een nomade de waterbron zijn waarbij hij of zij geboren is.
Mijn 'waterbron’ zou het christendom moeten zijn, het belangrijkste geestelijke element van de Russische cultuur. In de theorie. Maar in de praktijk wilde ik liever met Veda’s of Boeddha’s leer dan met de Bijbel te maken hebben.
Tegelijkertijd merkte ik bij mezelf iets geks. Ondanks mijn teleurstelling in Mattheus, had ik altijd een kriebelend gevoel bij oude iconen en kruizen. Hoewel de oosterse mystiek me meer fascineerde dan het christendom, had ik dat niet voor de Boeddha beelden, de dansende Shiva of andere symbolen uit het oosten. Op een bepaald moment wilde ik mijn 'christelijke sentiment' beter begrijpen. Dit was eigenlijk de belangrijkste reden om het Mattheusverhaal te herlezen.

waaromDe tweede keer
Toen ik het verhaal van Mattheus voor de tweede keer onder ogen kreeg, woonde ik al een tijd in Nederland en had inmiddels een lange ontdekkingsreis door de wereldspiritualiteit achter de rug. De laatste bleek van grote invloed. Vanuit de ervaringen met andere tradities ben ik de eigenschappen van het evangelie anders gaan zien dan na de eerste lezing in Moskou. Wat toen als armoedig overkwam, ervaarde ik nu als eenvoudig en kernachtig. Noemde ik het Mattheusverhaal eerst 'saai', nu zou ik zeggen 'bescheiden'.
Ook zijn 'leegte' zou ik in andere termen omschrijven: het is een weergave van essentiële oriëntatiepunten in het leven, zonder franje. Al deze eigenschappen begon ik zeer te waarderen, na zoveel verhalen beluisterd en gelezen te hebben.

Geen excuus
Goudzand ziet er bij de eerste aanblik ook gewoontjes uit. Dat had natuurlijk geen excuus kunnen zijn voor een nieuwsgierige studente filologie die met de christelijke oerbron kennis wilde maken. Hoe komt toch dat ik de goudkorrels in het Mattheusverhaal bij de eerste lezing niet gezien had? En hoe komt het dat ze zo weinig waarde hebben voor mijn vrienden uit christelijke nesten in Nederland die het evangelie sinds hun kindertijd kennen?
Het zijn overigens retorische vragen. Er zijn zoveel factoren die de waarneming van teksten beïnvloeden, bij voorbeeld de persoonlijke behoeftes van het moment en het referentiekader van de lezer. Tijdens de tweede lezing zocht ik doeltreffend de spreuken waarin de christelijke opvattingen over de bewustwording en de geestelijke groei tot uitdrukking komen. Ik vond er tientallen van; voldoende voor mij. Dus ik zat dit keer niet met lege handen. Deze spreuken heb ik verzameld en vervolgens op mijn eigen manier geordend. Samen bij elkaar dienden ze voor mij als een uitdrukking van het oorspronkelijke christelijke paradigma. Uiteindelijk had ik wat ik het liefst wilde: geen hermetisch concept, maar een paradigma.

Dogma’s en paradigma’s
Onze voorouders hebben het woord 'dogma' uit het Grieks in het geestesleven geïmporteerd. Ze hebben met dit begrip twee millennia in gemeenschap en in verzet geleefd. Grensgangers willen met de christelijke dogma's niets te maken hebben (en daarmee zijn ze lang niet de enigen in dit derde millennium). Ze richten zich in de regel dan ook niet op een traditie in haar geheel, met al haar takken, bladeren en vruchten, maar naar haar paradigma.
De filosofische encyclopedie die ik thuis heb, definieert paradigma als een complex van veronderstellingen die voor de zienswijze bepalend zijn. Ik zie er niets tegen om op zo’n manier ook naar het christendom te kijken. Dus niet als naar een godsdienst, maar als naar een spirituele levensbeschouwing die de Europese cultuur sterk beïnvloed heeft. Vanuit deze optiek heeft iedereen uit deze cultuur iets van het christendom in eigen bewustzijn én in het onbewuste. Dit 'iets’ kan men heel divers ervaren: als wortel, als bagage, als snaar, als ballast etcetera.

Het oorspronkelijke christendom
Natuurlijk hoorde ik al dat het oorspronkelijke christendom een universeel karakter had, en dat het in de eerste eeuwen in feite niet zozeer als een godsdienst maar als een spiritualiteit bestond. Kijkend naar mijn selectie van spreuken, zag ik het nu zelf ook. En ik herkende in het christelijke paradigma dezelfde oriëntatiepunten voor spirituele zoekers als die ik onder andere in de oosterse mystiek was tegengekomen, zoals:
- de liefde en de vrijheid als de grootste spirituele waarden;
- bewustwording van de egobeperkingen;
- transcendentie door de ego-overschrijding;
- de god binnen herkennen;
- oppassen met het oordelen.
Deze universele oriëntatiepunten waren in de evangeliën inderdaad in christelijke taal uitgedrukt en dat vond ik juist echt belangrijk. Moedertaal is in mijn begrip breder dan de woorden die men van de ouders leert. Er horen ook symbolen en beelden bij die de psyche van een kind zich samen met die woorden toeeigent. Vanuit deze optiek is mijn sentiment voor iconen en kruizen geen raadsel. Hoe je ook naar de religie kijkt, je hebt altijd te maken met de geloofsuitdrukkingen van je voorouders die deel uitmaken van je cultuur. De onbewuste opname van deze uitdrukkingen via literatuur, oude kunst en nog een heleboel andere kanalen, kan door geen ideologisch of wetenschappelijk filter worden tegenhouden.

Evangelische rapsodieën
Vrije persoonlijke samenstellingen van literaire fragmenten zijn bekend in de wereldliteratuur als rapsodieën. In de hellenistische cultuur was dit een geliefd genre. Ik zie graag mijn selectie van spreuken als evangelische rapsodieën. Daarmee wil ik niet zeggen dat het een nauwkeurig herstel van het vergeten literaire genre in zijn oorspronkelijke bedoeling is. Het is simpelweg een samenstelling van evangelische spreuken in de trend van rapsodieën.
In het hellenistische denken waren de kunsten nodig voor de overdracht van goddelijke inspiratie. Deze ging via een kettingreactie van muzen naar auteurs en vervolgens van auteurs naar rapsoden, makers van rapsodieën. De laatsten, van wie Homerus de bekendste is geweest, brachten de goddelijke inspiratie met een vertaalslag naar een breder publiek.
De overdracht speelt ook een rol bij de publicatie van deze evangelische rapsodieën, maar dat is dan de 'waarnemingsoverdracht'. In de keuze van spreuken en hun herordening is de waarneming van het evangelie vanuit transreligieuze invalshoek uitgedrukt.

buideltjeBuideltje
Ik weet niet wat bepalend is voor de innerlijke verbinding met de religieuze traditie die je samen met de ouders, milieu en cultuur bij je geboorte krijgt. Wel kan ik nu zeggen dat je dit verbindingsgevoel, net als andere gevoelens, kunt versterken. Dat heb ik zelf meegemaakt tijdens het werken aan dit project.
In oude tijden namen reizigers een buideltje eigen grond mee. Is er iets dergelijks denkbaar bij een spirituele zoektocht?


Mijn evangelische rapsodieën waren dan ook het resultaat van een poging om deze vraag te beantwoorden.
Ik heb slechts zes rapsodieën gemaakt, om het 'buideltje’ niet te zwaar te laten voelen. Ze zijn van verschillend formaat: de kleinste met als titel Stemvork bestaat uit twee spreuken terwijl de grootse, genoemd Sterren, circa zestig citaten telt. Die laatste is dan ook een verzameling van opvattingen die het christelijke paradigma in mijn optiek in diverse facetten tekent. Een fragment van Sterren komt in de laatste deel van dit verslag. In de volgende aflevering kunt u drie kleinere rapsodieën zien.