| Naastenliefde als spirituele praktijk |
|
Ego Welk spirituele pad je ook kiest, je hoort meestal dat je 'iets met het ego moet doen'. Sinds de jaren '60 is er in het Westen belangstelling voor oosterse goeroes en spirituele leraren die beweren te weten hoe je je egogrenzen zou moeten doorbreken. ![]() Vaak creëren zij voor de volgelingen frustrerende, kwetsende of zelfs vernederende situaties om het ego onder druk te zetten en ontkrachten. De verhalen van mensen die dat hebben meegemaakt laten echter zien dat de oefensituaties in ashrams en spirituele centra veel overeenkomsten hebben met het gezinsleven en de persoonlijke relatiesfeer. Als je aan naastenliefde een ego-overschrijdende betekenis zou geven, zou deze een permanente training kunnen vormen: een spirituele praktijk in de eigen omgeving. Dat zou geen vreemde gedachte zijn voor degene die bijvoorbeeld dagelijks mediteert. Ik herinner me mijn eerste meditatieles. Een echte 'les' was het overigens niet: de leraar zei slechts dat we één ding moesten doen: onze aandacht richten op de adem. 'Vipassana' heet deze meditatievorm en het betekent 'inzicht'. De eerste ervaring ermee kan een echte teleurstelling worden voor degene die onder inzicht iets anders verstaat dan een verkenning van de inhoud van het eigen bewustzijn. In het begin is die verkenning niet boeiend. Als je adem voor jou alleen een monotoon lichamelijke proces is, voelt de observatie ervan zinloos. Je aandacht neigt de adem steeds verlaten. Gedachten die komen lijken veel spannender dan een reeks van in- en uitademingen, maar die gedachten moet je juist geen aandacht geven. Pas wanneer je beseft dat het bij de meditatie in feite over het innerlijke machtsspel gaat - en dat de adem slechts een middel voor de verkenning van dat spel is - wordt het interessant. De beoefening van naastenliefde vereist ook een diepere kijk op de zaak. Het gaat hier niet over het oproepen van hartstocht. Het gaat over een innerlijke verbinding met anderen als levenspartners wat dat dan ook mag en kan zijn. Het gaat over een bewuste gedragsverandering die op zijn beurt de bewustzijnsverandering een nieuwe zet geeft: een actieve en doeltreffende wisselwerking tussen gedrag en bewustzijn. Het gaat erover dat de mens daardoor groter wordt en niet kleiner: Kleiner moet slechts zijn ego worden, en hoe kleiner het ego wordt, hoe meer ruimte er voor de ziel komt. Ook zo kun je naastenliefde zien. Wees volmaakt Ik weet niet of de eerste christenen, die ons de evangeliën en andere verhalen achtergelaten hebben, naastenliefde ook op deze manier zagen. Ik vertel slechts over mijn waarneming van de evangelische levensbeschouwing terwijl ik in de schoenen van een moderne grensganger sta. Zo hoor ik in de spreuken echo's van het boeddhisme en andere universele leren; geen verrassing als je de eenheid van religies erkent. Weest gij dan volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is. Met andere woorden, overschrijd je beperkingen; ontplooi het goddelijke in zichzelf en zet het in werking. Dat is de richting en het doel van de bewustzijnsverandering waarvoor een christen zich zou inspannen. Deze inspanning is niet alleen nodig voor hemzelf maar ook voor de wereld. In het christelijke mystiek (b.v. in Hesychasme) zag men haar schepping als de samenwerking van God en de mens. Daarvoor moet het individu inderdaad over de egogrenzen groeien en in anderen partners zien. Partnerschap in de Schepping is dan een diepliggend motief en van verregaande religieuze betekenis naar naastenliefde. Zo heb ik het begrepen. Wat naastenliefde is, niét veronderstelt, is het wegcijferen van jezelf. 'Heb je naaste lief als jezelf' . Dus niet minder maar ook niet meer. Als 'ik' en 'jij' niet dezelfde waarde hebben, dan blijft het onderscheid bestaan tussen 'ik' en 'jij' waarin het ego geworteld is. Welke meer of minder weegt, is bijzaak als dit onderscheid hoe dan ook bestaat omdat het mensen van elkaar innerlijk scheidt en de synergie belemmert. ![]() Daar komt bij dat zelfopoffering vanuit het idee dat de ander belangrijker is, in de praktijk te gemakkelijk op de bediening van egobelangen van die ander neerkomt. Merkwaardig toch, dat het oorspronkelijke christendom elk offer eenduidig af wijst: Leert begrijpen wat het zeggen wil: barmhartigheid wil ik en geen offer. Inderdaad, een vreselijk moeilijke opgave is dat: veel geven, afstaan, tegemoet komen, desnoods de tweede wang voor een oorvijg toekeren, en daarbij niet alleen de ander liefhebben als jezelf maar ook jezelf even veel liefhebben als de ander. Het wordt veel oefenen als je dat wilt kunnen...
|
