|
Gedachtereeks
"Een tijd voor scheuren en een tijd voor naaien", zei de Prediker. Wat valt er te "naaien" bij de gescheurde relatie met het christendom die veel hedendaagse verkenners van de wereldspiritualiteit hebben? Waarschijnlijk kunnen juist zij een volkomen nieuwe betekenis geven aan de religieuze wortel van hun eigen cultuur.
Als spirituele zoekers het christendom breder zouden zien dan hun eigen zuil of kerk, zouden ze een nieuwe ingang bij dit erfgoed kunnen vinden. Zij zouden er misschien de inzichten treffen die ze in andere culturen zoeken. De christelijke spiritualiteit kent ondogmatische stromingen en universele zienswijzen, maar veel spirituele grensgangers weten daar in de regel erg weinig of helemaal niets van.
Zelfs als je voldoende inspiratie en ondersteuning hebt gevonden in bijvoorbeeld het boeddhisme, de kabbala of elders, kan een hernieuwde kennismaking met de universele kant van het christelijke erfgoed zin hebben. Ondogmatische inzichten ervan - en ondogmatische lezing van algemeen bekende teksten, vooral het evangelie - geven een beeld van het christendom dat weinig bekendheid geniet. Met dit nieuwe beeld zou je je ‘christelijke wortel’ anders kunnen ervaren.
Bepaalde denkbeelden uit het evangelische waardestelsel of de ethiek ervan zijn diep in de Europese cultuur geworteld. Iedereen die daarin is opgegroeid heeft een ‘christelijk ingrediënt’ in de eigen identiteit, of men dat wil of niet. Wat kan dit ingrediënt betekenen voor onafhankelijke spirituele zoekers, vrijreligieuzen, soloreligieuzen of atheïsten? Veel van hen hebben een ambivalente houding ten opzichte van het christelijk erfgoed: ze willen niets met kerken, maar er is toch iets in het christelijke erfgoed dat ze kunnen waarderen. De ondogmatische universele inzichten van het christelijke erfgoed kunnen dat 'iets' groter maken.
Onze tijd vraagt naar alle waarschijnlijkheid om een nieuwe houding ten opzichte van het christelijke erfgoed. De afgelopen decennia is er een nieuwe generatie spirituele zoekers ontstaan: het zijn de kinderen van de kerkverlaters van de jaren ‘60-‘70, die de frustraties van hun ouders niet kennen. Hoewel de kerkelijke leerstellingen voor hen even vreemd zijn als voor hun moeders en vaders, hebben ze geen reden om het christendom in het geheel af te wijzen. Tegelijkertijd worden hun ouders zich er steeds meer van bewust dat ze een deel van hun identiteit afwijzen, miskennen of ontwaarden als ze het christendom afwijzen, miskennen of ontwaarden. Beide groepen tonen belangstelling voor de benadering van het christendom als een universele spirituele traditie, los van kerkelijke voorschriften. Diverse centra spelen daar met hun aanbod van cursussen op het gebied van christelijk mystiek en dergelijke op in.
Hoewel de ondogmatische inzichten van het christelijke erfgoed in onze tijd steeds zichtbaarder worden, wordt het christendom nog steeds gezien als domein van de kerken. Je kunt het christendom ook anders zien. In de evangeliën staat niets over de noodzaak van tempels, priesters en georganiseerde godsdienst. In feite is het christendom ontstaan als een universele en vrije religie. Dogma's verschijnen later, en daarmee ook de zuilen. Ondogmatische inzichten blijven echter altijd en in alle confessies leven. Deze inzichten kun je zien als een blijvende resonans van de oorspronkelijke leer die we in de evangeliën treffen. Op zo’n manier zouden we erkenning geven aan de universele vorm van het christendom die altijd heeft bestaan naast de andere vormen.
Een dergelijke benadering van het christelijke erfgoed was in het verleden ondenkbaar, maar is nu heel goed mogelijk. De moderne spirituele grensgangers en vrijreligieuzen (zij vormen een snel groeiende bevolkingsgroep), kunnen dat verwezenlijken. Met hun brede referentiekader en het besef van de eenheid van religies kijken ze over het algemeen anders naar religie dan traditionele gelovigen. Als ze met een bepaalde traditie in een aanraking komen, richten ze zich op de kernboodschap daarvan en op de inzichten die hen aanspreken. Hedendaagse spirituele zoekers zijn in de regel selectief en kritisch. Zo kunnen zij ook met het christelijke erfgoed omgaan.
De universele visies en inzichten in het christelijke erfgoed zijn nog niet verzameld en onderzocht vanuit de ondogmatische invalshoek. Wie zou dat kunnen doen? Theologisch onderzoek is tot nu toe beïnvloed door zuilgebonden belangen en die belangen liggen ver van de buitenkerkelijke zoektocht. Bovendien verschillen de zienswijze en het referentiekader van godgeleerden en die van vrijdenkende spirituele zoekers van elkaar. Het is logischer een overzicht van ondogmatische zienswijzen in het christendom te verwachten uit de hoek van degenen die daarnaar op zoek zijn. Dus van de spirituele grensgangers. Dat zou de erkenning van de universele vorm van het christendom een nieuwe en sterke impuls geven.
Het idee dat de universele vorm van het christendom altijd bestond is niet nieuw. De wereldbekende schrijver Leo Tolstoj en de vooraanstaande theoloog en verzetstrijder tegen het nazisme Dietrich Bonhoeffer kwamen er al mee. Ze hebben allebei wat in beweging gebracht in hun tijd, hoewel dat niet voor lang was. Misschien was de tijd nog niet rijp? Zou dat in onze tijd wel het geval zijn? Dat kun je pas weten als je de stap zet van denken naar doen.
Spirituele grensgangers hebben het vaak over ‘vrije religie’. Zouden ze het ook een keer over ‘vrij christendom’ kunnen hebben? Twee spreuken, de ene uit Johannes en de andere uit Mattheus, zijn mijns inziens een goede 'stemvork' voor degene die zich op het universele in het christendom wilt afstemmen. Ik breng ze bij elkaar als een gedicht.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.
Zalig de reinen van hart; want zij zullen God zien. Nieuwe Stemmen, 2008
|