| Verlaten huis van spirituele zoekers | |
|
Geestelijke emigratie De geestelijke emigratie, die in eerste instantie het gemis van iets belangrijks in het christendom compenseert, kent haar eigen problemen. Een westerse spirituele zoeker blijft voor autochtonen altijd een vreemdeling. De status van de vreemdeling beperkt in veel tradities de toegang tot bepaalde kennis en inwijdingen. Bovendien zal de ontwikkeling van een westerling binnen een oosterse stroming altijd geremd worden door taalgebrek en mentaliteitsverschillen. Er is nog een gegeven dat een westerse pelgrim niet kan ontgaan. De meest gewaardeerde spirituele leraren uit het Oosten zijn wél geworteld in de geestelijke grond van hun eigen cultuur. Je kan natuurlijk alles weg redeneren, ook dat, maar... Het is niet ongewoon dat een geestelijke emigrant opeens behoefte krijgt uit te zoeken hoe het met zijn eigen wortels zit. Sommigen doen dat dan ook. Vroeg of laat ontdekken ze dat het christelijke erfgoed veel rijker is dan ze tot nu toe vermoedden. De een treft opeens het Evangelie van Thomas aan, de ander krijgt boeken in handen van Meester Eckhart, weer een ander hoort over het bestaan van christelijke meditatievormen. Et cetera Het aantal mensen die na een lange zoektocht hun christelijke wortels weer beginnen te waarderen groeit. Vanuit hun ervaringen met andere tradities kunnen zij de waarde van hun geestelijk erfgoed vaak op een nieuwe manier inschatten. Het is steeds minder gebruikelijk spirituele bronnen vanuit een 'of...of'-houding te benaderen; tegenwoordig kan het ook 'en...en' zijn. Niet-dogmatische christelijke stromingen laten dat ook toe. Zou het christelijk erfgoed voor meer mensen van betekenis kunnen zijn als ze daar breder naar inspiratie en ondersteuning zouden zoeken? Het lijkt me logisch dat te veronderstellen.
|